1.Het college legt jongeren tot 27 jaar de verplichting op om zich maximaal in te spannen om een “beroepskwalificatie” te bemachtigen zolang er recht is op het volgen van onderwijs uit ’s Rijks kas. Indien deze verplichting niet wordt nagekomen zal dit uitsluiting van de uitkering Wwb en de re-integratievoorzieningen van de gemeente tot gevolg hebben op basis van artikel
7 derde lid onder a Wwb en artikel 13 tweede lid onder c Wwb.
Het college legt de jongeren tot 27 jaar de verplichting op om zich maximaal in te spannen om een “startkwalificatie” te machtigen als er geen volledig recht meer is voor de studieduur uit ’s Rijks kas. De jongere kan vragen om een inkomensvoorziening Wwb tijdens het deel van de studie waar geen recht meer is op vergoeding uit ’s Rijks kas.
Een jongere tot 27 jaar kan voor de duur van maximaal 12 maanden ontheven worden van de verplichting zoals genoemd in lid 1 als er sprake is van een dagbehandeling welke conflicterend werkt met de mogelijkheid tot het volgen van regulier onderwijs of als er andere dringende redenen zijn. De jongere moet een schriftelijk verzoek indienen bij de gemeente voor de ontheffing. Het verzoek moet aangevuld worden met schriftelijke verklaringen van eventuele externe partijen.
Algemene toelichting artikel 1
Met de inwerkingtreding van het Wetsvoorstel tot wijziging van de Wwb en samenvoeging van deze wet met de Wij per 1 januari 2012, heeft de Regering, naast het samenvoegen van de Wwb met de Wij (en het als gevolg daarvan intrekken van de Wij), de verplichtingen voor jongeren tot 27 jaar, aangescherpt.
Voor de jongere tot 27 jaar is vanaf 1 januari een zoektermijn van 4 weken ingevoerd. In deze periode moet de jongere aantoonbare inspanningen verrichten om algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen en zijn mogelijkheden voor de terugkeer naar regulier onderwijs onderzoeken. Per 1 juli 2012 is de zoektermijn uitgebreid met het feit dat de jongere ook zijn mogelijkheden voor het volgen van regulier door het Rijk bekostigd onderwijs moet onderzoeken.
Toelichting artikel 1 eerste en tweede lid
Het college heeft ten aanzien van voornoemde wetgeving beleidsvrijheid bij het bepalen van het ijkpunt dat de gemeente hanteert voor het bepalen of terugkeer naar school wenselijk is. Vanuit de praktijk is gebleken dat werkgevers veelal een doelgericht diploma vragen van hun sollicitanten. De wettelijk omschreven “startkwalificatie” is hierbij niet voldoende. De “startkwalificatie” is volgens de wetgever een diploma op havo, vwo of mbo-2 niveau. In de praktijk blijkt dat het hebben van een startkwalificatie niet voldoende is om aan het werk te komen. Om deze reden is dan ook gekozen voor het principe dat jongeren een “beroepskwalificatie” moeten behalen zolang er mogelijkheden zijn om te studeren uit ‘s Rijks kas.
Een beroepskwalificatie is scholing op MBO2-, MBO3- , MBO4-, HBO- of WO- niveau die met een diploma is afgerond. Als er geen mogelijkheden meer zijn uit ’s Rijks kas of niet voldoende, dan is er geen recht op vergoeding van de scholingskosten via het re-integratiebudget van de Wwb als het gaat om HBO of WO studies. Uitstroom naar de arbeidsmarkt heeft dan voorrang waarbij het niveau van MBO voldoende is.
Als betrokkene tijdens de studie een beroep wil doen op een uitkering levensonderhoud omdat er niet voldoende rechten uit ‘s Rijks kas zijn, wordt ook het MBO niveau aangehouden als noodzakelijk niveau om uit te stromen. Als de jongere kiest voor het volgen van een MBO-BBL opleiding zal de jongere zelf moeten zoeken naar een werkgever die de kosten van de opleiding vergoedt en een salaris biedt voor de gewerkte dagen. De jongere kan dan geen gebruik maken van een vergoeding uit ’s Rijk kas. Er is dan geen inkomensvoorziening via de Wwb mogelijk.
Toelichting artikel 1 derde lid
Jongeren die duurzaam en volledig arbeidsongeschikt zijn en als gevolg hiervan geen scholing kunnen volgen komen in aanmerking voor een Wajong-uitkering. Dit geldt als voorliggende voorziening op de Wwb.
Jongeren die moeilijk kunnen leren zullen dat op jonge leeftijd al ervaren. Deze jongeren kunnen via “leerplicht” worden vrijgesteld van de startkwalificatie en daarmee ook de beroepskwalificatie. Zij kunnen een programma volgen dat past bij hun niveau. Voor de jongeren tot 23 jaar wordt daarom ook samengewerkt met de afdeling leerplicht en het regionale RMC.
In artikel 9 tweede lid Wwb is bepaald dat het College een tijdelijke ontheffing kan verlenen op de arbeidsverplichtingen mits hier dringende redenen voor aanwezig zijn. Het is reëel om ditzelfde principe te hanteren voor de scholingsplicht. Een dringende reden wordt in ieder geval aanwezig geacht als betrokkene een dagbehandeling volgt voor medische- of psychische problematiek die het onmogelijk maakt om reguliere scholing te volgen. Eventuele andere belemmeringen zullen individueel moeten worden beoordeeld. Betrokkene moet schriftelijk motiveren waarom er belemmeringen zijn en dit aantonen middels een schriftelijke verklaring van een externe partij. De ontheffing van de verplichting tot terugkeer naar school wordt individueel en maximaal voor de duur van 12 maanden verleend. Hierna moet de situatie opnieuw beoordeeld worden.
Alleenstaande ouders tot 27 jaar; Deze groep zal ook gemotiveerd moeten zoeken naar scholing voor het behalen van een beroepskwalificatie. Betrokkene moet hierbij zelf de kinderopvang regelen. Als betrokkene de wettelijke vergoedingen voor kinderopvang heeft aangevraagd kan de gemeente de eigen bijdrage die resteert vergoeden uit het participatiebudget. Alleen reguliere kinderopvang wordt vergoed.
Artikel 1
Scholingsplicht jongeren tot 27 jaar Wwb
Onderdeel van Beleidsregels voor scholingsplicht jongeren Wwb en de inkomstenvrijlating Wwb, IOAW, IOAZ