Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Paragraaf 2.

Artikel 12.

Zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel

Onderdeel van Wmo-verordening Haarlemmermeer 2013

Het te bereiken resultaat ten aanzien van het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel bestaat uit het kunnen doen van boodschappen, het kunnen bezoeken van familie, kennissen en het deelnemen aan activiteiten, alles binnen de directe woon- en leefomgeving. Met het oog op het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel, kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het verplaatsen rond de woning en het verplaatsen binnen de directe woon- en leefomgeving. Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van collectief vraagafhankelijk vervoer van deur tot deur, van een algemene voorziening zoals een buurt-, of ouderenbus, of van een aanwezige en bruikbare scootmobielpool die in de individuele situatie van de belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat, worden deze voorzieningen eerst beoordeeld. 4 Indien een vervoersvoorziening wordt verstrekt, wordt voor wat betreft de vervoersbehoefte ten behoeve van maatschappelijke participatie uitsluitend rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving in het kader van het leven van alledag, tenzij zich een uitzonderingssituatie voordoet waarbij het gaat om een bovenregionaal contact, dat uitsluitend door de belanghebbende zelf bezocht kan worden, terwijl het bezoek voor de belanghebbende noodzakelijk is om dreigende vereenzaming te voorkomen. De te verstrekken vervoersvoorziening zal maatschappelijke participatie door middel van lokale verplaatsingen naar behoefte met een maximum van 2000 kilometer mogelijk maken, tenzij aantoonbaar is dat dit maximum niet voldoet in de situatie van de belanghebbende. Een belanghebbende kan slechts voor een (aanpassing van een) eigen auto als verstrekking in aanmerking komen, indien de mogelijkheden in lid 3 voor de belanghebbende niet adequaat zijn. Een individuele voorziening wordt niet verstrekt: voor zover de in lid 3 genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn; voor zover een auto voor de belanghebbende naar geldende maatschappelijke normen tot het gangbare gebruiks- dan wel bestedingspatroon van een persoon als de belanghebbende behoort en de belanghebbende een auto zonder aanpassingen ook kan besturen en veilig kan blijven besturen.

Rechtspraak bij dit artikel