De op basis van artikel 4 lid 1 van de Wet via compenserende maatregelen te bereiken resultaten zijn dat de belanghebbende:
Een huishouden kan voeren. Daaronder wordt begrepen dat de belanghebbende
normaal gebruik kan maken van de woning;
kan wonen in een schoongehouden woning;
de noodzakelijke boodschappen voor de primaire levensbehoeften in huis kan krijgen en de maaltijden kan verzorgen;
kan beschikken over schone was;
thuis kan zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren;
de dagelijks noodzakelijke activiteiten rond het voeren van een huishouden kan verrichten;
Zich kan verplaatsen in en om de woning;
Zich lokaal kan verplaatsen per vervoermiddel;
Sociale verbanden kan aangaan. Daaronder wordt begrepen
1° De mogelijkheid hebben om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan maatschappelijke activiteiten;
2° Een ingevulde dag hebben.
2.Voor de mantelzorger wordt als afgeleid recht van de belanghebbende het volgende resultaat beoogd: Mantelzorg vol kunnen houden.