Voor de bijdrage per uniform wordt het aantal uniformen in acht genomen dat de vereniging in bezit heeft om de orkestleden uniform te kleden. Hiertoe worden ook gerekend de uniformen van gevorderde leerlingen die al deel uitmaken van het hoofdorkest terwijl ze nog in opleiding zijn voor het C of D diploma.
In aanvulling op het bepaalde onder a worden ook uniformen in acht genomen die de vereniging in bezit heeft om leden van het bestuur van de vereniging uniform te kleden.
In aanvulling op het bepaalde onder a en b worden ook reserve uniformen die nodig zijn om fluctuaties in de bezetting van het orkest en het bestuur op te vangen, voor de bijdrage per uniform in acht genomen, met een maximum van 10% van de geüniformeerde (bestuurs)leden als bedoeld onder a en b.
Eventuele uniforme kleding voor leden van verenigingsonderdelen die niet als zelfstandige eenheden worden aangemerkt, wordt niet in aanmerking gebracht voor een bijdrage per uniform.
In het activiteitenplan dat deel uitmaakt van de subsidieaanvraag, moet het bestuur duidelijk aangeven welk aantal uniformen volgens bovenvermelde omschrijving bij de subsidieberekening betrokken moet worden.
Voor de subsidiëring neemt de gemeente het bedrag per uniform uit de subsidieaanbeveling van Unisono en de Landelijke muziekorganisaties (LMO’s), als uitgangspunt.
Artikel Uniformen
Artikel Uniformen
Onderdeel van Nadere regels voor de subsidiëring van de muziekverenigingen in de gemeente Bladel