Lid 1.
Het te bereiken resultaat ten aanzien van de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan maatschappelijke activiteiten bestaat uit het zo mogelijk kunnen aangaan en onderhouden van sociale contacten en het deelnemen aan activiteiten in de eigen woon- of leefomgeving.
Lid 2.
Met het oog op de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan maatschappelijke activiteiten in de eigen woon- of leefomgeving kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het vervoer, indien het in het vorige lid genoemde resultaat niet kan worden bereikt met de voorzieningen, bedoeld in artikel 12 van deze Verordening.
Lid 3.
Met het oog op de het in lid 1 genoemde resultaat kan een belanghebbende voor een sportvoorziening in aanmerking komen indien diens beperkingen het sporten zonder sportvoorziening onmogelijk maken.
Lid 4.
Indien en voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van andere dan in lid 2 genoemde aanwezige en bruikbare algemeen gebruikelijke, algemene of voorliggende voorzieningen die in de individuele situatie van de belanghebbende kunnen leiden tot het te bereiken resultaat, worden deze mogelijkheden eerst beoordeeld op hun geschiktheid om het in lid 1 bedoelde resultaat te bereiken.
Lid 5.
Voor zover de in lid 4 genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt.
HOOFDSTUK 4. › Paragraaf 3.
Artikel 13.
De mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan maatschappelijke activiteiten
Onderdeel van WMO-verordening Zoetermeer 2013