De op basis van artikel 4 lid 1 van de Wet via compenserende maatregelen te bereiken resultaten zijn dat de aanvrager:
normaal gebruik kan maken van de woning;
kan beschikken over een schoongehouden woning;
. kan beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften;
kan beschikken over schone kleding en ander noodzakelijk textiel;
ook thuis kan (laten) zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren;
zich kan verplaatsen in en om de woning;
zich lokaal kan verplaatsen per vervoermiddel;
de mogelijkheid heeft om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan maatschappelijke activiteiten.