Gedragingen van belanghebbenden waardoor de verplichting op grond van artikel 9 of 55 van de WWB, artikel 13 of 20, tweede lid, van de IOAW, of artikel 13 of 20, tweede lid, van de IOAZ niet of onvoldoende is nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën:
1.
Eerste categorie
a.
het zich niet of niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut Werknemersvoorzieningen of het niet tijdig laten verlengen van de registratie.
2.
Tweede categorie
a.
het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen of te aanvaarden;
b.
het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden van een participatievoorziening;
c.
het niet voldoen aan de verplichtingen die strekken tot participatie en die zijn opgelegd op grond van artikel 55 WWB;
d.
het niet,- of in onvoldoende mate meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak zoals bedoeld in artikel 44a WWB.
3.
Derde categorie
a.
Gedragingen die de inschakeling in de arbeid of participatievoorziening belemmeren;
b.
het niet of in onvoldoende mate gebruikmaken van een door het college aangeboden voorziening gericht op participatie, waaronder re-integratie als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b WWB en artikel 10, eerste lid, WWB, respectievelijk 38, eerste lid IOAW en artikel 38, eerste lid IOAZ, dan wel een verplichting die is opgelegd op grond van artikel 55 WWB;
c.
Het onvoldoende nakomen van de verplichtingen zoals bedoeld in artikel 9, eerste lid WWB, voorzover het gaat om een persoon jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na de melding zoals bedoeld in artikel 43 leden 4 en 5 WWB;
d.
het niet naar vermogen trachten de mogelijkheden te onderzoeken naar uit ’s rijks kas bekostigd onderwijs gedurende de termijn genoemd in artikel 41, vierde lid WWB;
e.
het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken de verplichtingen van de participatievoorziening niet te willen nakomen, indien dit heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder zoals bedoeld in artikel 9a, eerste lid WWB respectievelijk 38, eerste lid IOAW en artikel 38, eerste lid IOAZ;
f.
Het niet naar vermogen verrichten van de door het college opgedragen tegenprestatie als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c WWB.
4.
Vierde categorie
a.
het niet aanvaarden,- of door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid;
b.
het door eigen toedoen niet behouden van een dienstbetrekking in het kader van de WSW.
§ 2.
Artikel 9
Indeling in categorieën
Onderdeel van AFSTEMMINGSVERORDENING WWB, IOAW EN IOAZ GEMEENTE VOORSCHOTEN 2012