Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.10.a

Goedkeuring bouwplan (bouwheerschap bevoegd gezag)

Onderdeel van Nadere regels voorzieningen huisvesting onderwijs

Indien het bevoegd gezag het bouwheerschap van een toegekende voorziening op zich neemt, dient het bevoegd gezag het bouwplan inclusief financiële onderbouwing binnen de daarvoor gestelde termijn ter goedkeuring in bij de gemeente; De procedure met betrekking tot de toetsing van het bouwplan is afhankelijk van de tijdens het overleg als bedoeld in artikel 2.9 gemaakte afspraken en kan betrekking hebben op het voorlopig ontwerp, het definitief ontwerp en/of het bestek. De gemeente toetst het bouwplan conform de tijdens het overleg als bedoeld in artikel 2.9 afgesproken wijze en stelt vast of het voldoet aan de gestelde kaders; Indien nodig voor de beoordeling van het bouwplan, voorziet het bevoegd gezag het bouwplan van een nadere onderbouwing. Op basis van de toetsing wordt door het college, binnen zes weken na ontvangst van het bouwplan en de begroting besloten of wordt ingestemd met het bouwplan en wanneer de bekostiging aanvangt; Het college kan, onder mededeling daarvan aan het betreffende bevoegd gezag, de beslistermijn verlengen met drie weken. Het college deelt het besluit over het bouwplan binnen twee weken na de datum van het besluit mee aan het bevoegd gezag in een beschikking. De genoemde termijnen gaan in op het moment dat alle voor de toetsing benodigde en als door de gemeente als afdoende beoordeelde documenten zijn ontvangen. Toelichting op de uitgangspunten voor de toetsing van het bouwplan: Het bevoegd gezag is er voor verantwoordelijk dat de plannen voldoen aan de algemene wettelijke eisen, de meer specifieke gebouwelijke eisen, eisen met betrekking tot toegankelijkheid, duurzaamheid, veiligheid, flexibel bouwen en arbeidsomstandigheden. Het bevoegd gezag is te allen tijde zelf geheel verantwoordelijk voor het aangaan van de verplichtingen hieromtrent en de daaraan verbonden consequenties. De hier bedoelde toetsing treedt niet in de plaats van de toetsing op de aanvraagvoor een bouwvergunning op basis van wetten als de Woningwet, de Wet op de Ruimtelijke Ordening, de Wet Milieubeheer, ARBO-wet, enzovoorts. De toetsing aan deze wetten behoort tot de verantwoordelijkheid van reeds bestaande uitvoeringsorganen binnen of buiten de gemeentelijke organisatie. Het bevoegd gezag zal met deze regelgeving bekend moeten zijn en aan de wettelijke verplichtingen moeten voldoen. De toetsing door de gemeente die hier aan de orde is, ziet toe op de gemeentelijke verantwoordelijkheid in het kader van onderwijshuisvestingsvoorzieningen (voortvloeiend uit de WPO, WEC en WVO en de Verordening) en op toetsing aan gemeentelijke beleid op dit gebied.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel