Het college besluit of de eventuele bezwaren van de bevoegde gezagsorganen worden overgenomen, besluit over de uit de MOP-voorziening te onttrekken middelen voor de uitvoering van de in het volgende jaar geplande onderhoudswerkzaamheden en stelt het MOP voor het volgende jaar vast. Op dit besluit is het begrotingsvoorbehoud zoals bedoeld in artikel 11 tweede lid van de Verordening van toepassing.
De raad besluit over de gemeentebegroting met daarin opgenomen de in het volgende jaar voor de uitvoering van het MOP benodigde middelen.
Het college stelt de bevoegde gezagsorganen binnen vier weken na vaststelling van de gemeentebegroting door de raad op de hoogte van de voor de het volgende jaar voor de uitvoering van het MOP beschikbaar gestelde middelen.
- Indien de raad de benodigde middelen voor de uitvoering van de in het volgende jaar geplande
onderhoudswerkzaamheden beschikbaar stelt overeenkomstig het onder a. bedoelde besluit, dan kunnen de bevoegde gezagsorganen de middelen aanvragen voor de voor volgende jaar in het MOP opgenomen onderhoudswerkzaamheden, conform de hieronder in artikelen 3.4 t/m 3.7 beschreven procedure.
-Indien de raad anders besluit, vindt overleg plaats tussen de gemeente en de bevoegde gezagsorganen overleg over de inzet van de beschikbare middelen en het vaststellen van de prioriteiten in het onderhoud.
MOP – uitvoering
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.3
Besluitvorming jaarschijf MOP
Onderdeel van Nadere regels voorzieningen huisvesting onderwijs