Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 5

Ingangsdatum en tijdvak van een verlaging

Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, Bbz 2004, IOAW en IOAZ  gemeente Kerkrade 2013

1.. Een verlaging wordt toegepast op de uitkering over de kalendermaand volgend op de maand waarin het besluit tot het toepassen van de verlaging aan een belanghebbende is bekendgemaakt. De verlaging wordt toegepast op de uitkering zoals die geldt ten tijde van het bekendmaken van het besluit tot verlaging. 2.. In afwijking van het eerste lid wordt een verlaging direct bij aanvang van de bijstandsverlening toegepast wanneer een gedraging a) plaats heeft gevonden voor dat het recht op bijstand is ontstaan, b) in de inspanningsperiode van 3 weken voor personen van 27 jaar en ouder en 4 weken voor personen tot 27 jaar. 3.. Als verlaging in overeenstemming met het eerste lid niet mogelijk is, omdat de uitkering is beëindigd of ingetrokken, kan de verlaging met terugwerkende kracht worden toegepast op de uitkering over de periode waarin de gedraging heeft plaatsgevonden. 4.. In afwijking van het eerste lid zal, voor zover het zelfstandigen betreft die een uitkering voor het levensonderhoud in de vorm van een geldlening op grond van het Bbz 2004 hebben ontvangen, de maatregel met terugwerkende kracht worden betrokken bij de definitieve vaststelling van die uitkering.

Rechtspraak bij dit artikel