Naar hoofdinhoud
1.. Indien door een uitkeringsgerechtigde in het kader van een traject een inkomen uit arbeid wordt verworven dat minder bedraagt dan de van toepassing zijnde norm wordt 25 % van dit inkomen gedurende maximaal zes aaneengesloten maanden vrijgelaten tot de in de wet genoemde maximumbedragen. 2.. De arbeid zoals bedoeld in lid 1 moet een belangrijke stap zijn richting volledige uitstroom en er dient een reële aanwijzing te bestaan dat de uitkeringsgerechtigde na de periode van zes maanden volledig kan uitstromen. 3.. De in het eerste lid bedoelde inkomstenvrijlating is eenmalig en is alleen van toepassing op inkomen uit reguliere arbeid en de Ziektewet (ZW). 4.. Een inkomensvrijlating wordt op aanvraag verstrekt.

Rechtspraak bij dit artikel