Naar hoofdinhoud
1.. De commissie bestaat uit vijf leden, niet zijnde raadsleden. 2.. De leden worden door de gemeenteraad benoemd. 3.. Aanstelling en ontslag van de leden van de commissie geschiedt op voordracht van de commissie. 4.. De benoeming vervalt voorts: door een desbetreffend, met redenen omkleed besluit van de gemeenteraad; door ontslagname. 5.. De commissie wijst uit haar midden een voorzitter en plaatsvervangend voorzitter aan. De plaatsvervangende voorzitter neemt bij afwezigheid van de voorzitter zijn taak waar. Waar in deze verordening wordt gesproken van voorzitter dient daarvoor tevens gelezen te worden plaatsvervangend voorzitter. 6.. Inzake onverenigbaarheid van functies met het lidmaatschap van de rekenkamercommissie wordt verwezen naar de artikelen 81o en 81f van de Gemeentewet. Bovendien zijn niet benoembaar tot lid van de rekenkamercommissie personen die in dienst zijn van een instelling zoals hieronder beschreven: openbare lichamen en gemeenschappelijke organen ingesteld krachtens de Wet gemeenschappelijke regelingen, waaraan de gemeente deelneemt, over de jaren dat de gemeente deelneemt in de regeling; naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid waarvan de gemeente meer dan 50% van het geplaatste aandelenkapitaal houdt, over de jaren dat de gemeente meer dan 50% van het geplaatste aandelenkapitaal houdt; andere privaatrechtelijke rechtspersonen waaraan de gemeente of een derde voor rekening en risico van de gemeente rechtstreeks of middels een subsidie, een lening of garantie heeft verstrekt ten bedrage van tenminste 50% van de baten van deze instelling, over de jaren waarop deze subsidie, lening of garantie betrekking heeft. 7.. De commissie kan externe deskundigen benoemen tot tijdelijk adviseur van de commissie. De adviseur heeft geen stemrecht.

Rechtspraak bij dit artikel