Ieder lid kan vragen stellen aan het college of de burgemeester. Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd en kunnen va een toelichting worden voorzien.
De vragen worden bij de voorzitter van de raad ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad, het college en commissieleden/niet-raadsleden worden gebracht en op de website va de raad geplaatst.
De antwoorden worden schriftelijk binnen een termijn van 30 dagen aan het betrokken lid medegedeeld, in afschrift aan de andere raadsleden en commissieleden/niet-raadsleden.
Indien niet binnen de in het derde lid genoemde termijn een beantwoording heeft plaatsgevonden, zal aan het betrokken lid, bij het overschrijden van de termijn, hiervan schriftelijk en gemotiveerd mededeling worden gedaan door het college of de burgemeester onder vermelding van de waarschijnlijk aansluitende termijn van beantwoording.
De bevoegdheid als genoemd in het eerste lid komt ook commissieleden/niet-raadsleden toe, als bedoeld in de Verordening op de raadscommissies 2008.
-Toelichting
Op grond van deze bepaling kan een raadslid schriftelijke vragen stellen aan het college of de burgemeester, al naar gelang wie verantwoordelijk is. Het college of de burgemeester dient de vragensteller gemotiveerd in kennis te stellen indien de beantwoording niet binnen de gestelde termijnen kan plaatsvinden.
In situaties waarin fracties identieke vragen stellen (schriftelijk dan wel tijdens rondvragen in commissievergaderingen e.d.), over een onderwerp waarover reeds door een andere fractie schriftelijk vragen zijn gesteld wordt verwezen naar de eerder schriftelijk ingediende vragen en de verwachtte datum van beantwoording.
Vragen over hetzelfde onderwerp maar met een andere strekking/politieke lading worden direct in behandeling genomen en overeenkomstig dit artikel behandeld.
Hoofdstuk IV.
Artikel 39
Schriftelijke vragen
Onderdeel van Reglement van Orde van de gemeenteraad voor de vergaderingen en andere werkzaamheden