** 1. .** Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist.
** 2. .** Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt na een stemming over eventuele amendementen en moties, de stemming plaats over het voorstel, zoals het dan luidt, tenzij geen stemming wordt gevraagd.
** 3. .** Voordat de stemming over het voorstel, of indien het voorstel is aangepast het geamendeerde voorstel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te nemen eindbeslissing.
Hoofdstuk III.
Artikel 28