Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Bevoegdheid college

Onderdeel van Verordening Starterslening Hendrik-Ido-Ambacht 2013

1.. Het college is bevoegd, met inachtneming van het bepaalde in deze verordening, een Starterslening Hendrik-Ido-Ambacht toe te kennen. 2.. Het college stelt de hoogte van de Starterslening Hendrik-Ido-Ambacht vast, met dien verstande dat de hoogte van de Starterslening Hendrik-Ido-Ambacht maximaal 20% bedraagt van de verwervingskosten. De totale verwervingskosten kunnen niet meer bedragen dan het maximale bedrag volgens de, op het moment van offreren van de Starterslening Hendrik-Ido-Ambacht geldende actuele NHG norm. 3.. De Starterslening Hendrik-Ido-Ambacht kan niet worden verstrekt indien koopsubsidie en/of een ander koopinstrument, (rente)korting- of een financiële regeling aan aanvrager is toegekend, danwel de grond in erfpacht aan aanvrager is uitgegeven. 4.. Het college wijst, zo nodig op advies van SVn, een aanvraag Starterslening Hendrik-Ido-Ambacht af, in geval er spraken is van stapeling met andere koopinstrumenten, (rente)korting of financiële regelingen, die strijdig zijn met de Starterslening en/of de belangen aantasten van aanvrager, NHG of eerste geldverstrekker. 5.. Zowel de eerste hypotheek als de Starterslening Hendrik-Ido-Ambacht moeten worden verstrekt met NHG. 6.. Het college kan aan de toekenning van Starterslening Hendrik-Ido-Ambacht nadere voorschriften verbinden.

Rechtspraak bij dit artikel