De artikelen 6 en 7 van deze verordening moeten in onderlinge samenhang worden gelezen. De verwijtbare gedragingen die zijn genoemd in artikel 6, zijn ondergebracht in categorieën. Aan die categorieën wordt in artikel 7 een gewicht is toegekend in de vorm van een verlagingpercentage. De categorieën zijn gerangschikt naar toenemende zwaarte. Een gedraging wordt ernstiger geacht naarmate de gedraging meer concrete gevolgen heeft voor het re-integratietraject, het niet verkrijgen of behouden van betaalde arbeid.
Lid 2onderdeel f: Inspanningenjongeren ineerste vier weken nade melding
De plicht tot arbeidsinschakeling geldt vanaf datum melding (zie artikel 9 lid 1 Wwb). Specifiek voor personen jonger dan 27 jaar geldt dat zij worden beoordeeld op hun inspanningen in de eerste vier weken na de melding (artikel 43 lid 4 en 5 Wwb). Is geen enkele inspanning verricht, dan bestaat op grond van artikel 13 lid 2 onderdeel d Wwb geen recht op bijstand. Zijn er wel inspanningen verricht, maar naar het oordeel van het college onvoldoende, dan kan het college de uitkering verlagen.
Dezeverlaging kan in principe reeds worden toegepast op basis van de grondslagen zoals genoemd in artikel 6 lid 2 van deze verordening. Een aparte grondslag is strict genomen niet noodzakelijk. Vanwege de herkenbaarheid van deze nieuwe situatie hebben we deze gedraging toch apart in de afstemmingsverordening genoemd.
Hoofdstuk 6:
Artikel 6.
Gedragingen
Onderdeel van Afstemmingsverordening Uitkeringen 2013 B-Albrandswaard-R