Naar hoofdinhoud

deel A › Paragraaf 3

Artikel 3.2.5

Besluit van burgemeester en wethouders

Onderdeel van Welstandsnota 2011

Burgemeester en wethouders volgen in hun oordeel in principe het advies van de welstandscommissie. Zodra het advies wordt uitgebracht, wordt het door of namens Burgemeester en wethouders bij de aanvraag om een bouwvergunning gevoegd. Burgemeester en wethouders volgen niet altijd het advies van de commissie. De volgende uitzonderingen zijn mogelijk. Afwijken van het advies op inhoudelijke grond Burgemeester en wethouders kunnen op inhoudelijke grond afwijken van het advies van de welstandscommissie in twee gevallen. Ten eerste indien zij tot het oordeel komen dat de welstandscommissie de van toepassing zijnde criteria niet juist heeft geïnterpreteerd en ten tweede indien de commissie naar hun oordeel niet de juiste criteria heeft toegepast. Als burgemeester en wethouders bij een reguliere bouwvergunningaanvraag op inhoudelijke grond tot een ander oordeel komen dan de welstandscommissie, staan twee mogelijkheden ter beschikking. Enerzijds kunnen burgemeester en wethouders de commissie vragen om een heroverweging. Dit gebeurt in incidentele gevallen waarbij aanvullende planinformatie beschikbaar komt. Anderzijds kunnen zij, voordat het besluit op de vergunningaanvraag wordt genomen, binnen de daarvoor geldige afhandelingstermijn een second-opinion aanvragen bij een andere onafhankelijke adviescommissie. Het advies van deze tweede commissie speelt een zware rol bij de verdere oordeelsvorming van burgemeester en wethouders. Indien het advies van de reguliere commissie en de second-opinion tegengesteld zijn en burgemeester en wethouders op inhoudelijke grond afwijken van het advies van de reguliere welstandscommissie, wordt dit in de beslissing op de aanvraag van de bouwvergunning gemotiveerd. De reguliere welstandscommissie wordt hiervan op de hoogte gesteld. Hardheidsclausule De mogelijkheid voor burgemeester en wethouders om af te wijken van vastgestelde welstandscriteria wordt aangeduid als de hardheidsclausule. Het is ondoenlijk om een limitatieve opsomming in de welstandsnota op te nemen, wanneer de hardheidsclausule van toepassing zou kunnen worden verklaard. Het is beter om de objectiviteit die nodig is bij het hanteren van de hardheidsclausule als volgt neer te leggen in een zorgvuldige procedure. Het college van burgemeester en wethouders dient daarbij per behandelingsaspect te motiveren waarom afwijking van het gestelde criterium verantwoordelijk wordt geacht. Daarbij wordt voor toepassing van de hardheidsclausule de volgende algemene formulering gehanteerd: "Het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk of standplaats is (niet) in strijd met redelijke eisen van welstand - beoordeeld naar de criteria verwoord in de door de gemeente vastgestelde welstandsnota - indien burgemeester en wethouders daartoe op basis van een gemotiveerd advies besluiten". Deze casus kan zich voordoen wanneer het bouwplan in enge zin voldoet aan de gestelde criteria (sneltoets- en gebiedsgerichte), maar nader gewogen strijdig is met redelijke eisen van welstand. Of wanneer het bouwplan in enge zin niet voldoet aan de gestelde criteria (sneltoets- en gebiedsgerichte). Afwijken van het advies om andere redenen Ook al is een bouwplan in strijd met redelijke eisen van welstand, mogen burgemeester en wethouders de bouwvergunning verlenen. Dit mag, indien zij van oordeel zijn dat daarvoor andere redenen zijn, bijvoorbeeld van economische of maatschappelijke aard. Deze afwijking wordt in de beslissing op de aanvraag van de bouwvergunning gemotiveerd. De welstandscommissie wordt hiervan op de hoogte gesteld. Burgemeester en wethouders van de gemeente zullen uiterst terughoudend zijn met het gebruik van deze mogelijkheid, omdat de ruimtelijke kwaliteit niet snel ondergeschikt wordt geacht aan economische of maatschappelijke belangen.

Rechtspraak bij dit artikel