Burgemeester en wethouders volgen in hun oordeel in
principe het advies van de welstandscommissie. Zodra het
advies wordt uitgebracht, wordt het door of namens
Burgemeester en wethouders bij de aanvraag om een
bouwvergunning gevoegd. Burgemeester en wethouders
volgen niet altijd het advies van de commissie. De
volgende uitzonderingen zijn mogelijk.
Afwijken van het advies op inhoudelijke grond
Burgemeester en wethouders kunnen op
inhoudelijke grond afwijken van het advies van de
welstandscommissie in twee gevallen. Ten eerste indien
zij tot het oordeel komen dat de welstandscommissie de
van toepassing zijnde criteria niet juist heeft
geïnterpreteerd en ten tweede indien de commissie naar
hun oordeel niet de juiste criteria heeft
toegepast.
Als burgemeester en wethouders bij een reguliere
bouwvergunningaanvraag op inhoudelijke grond tot een
ander oordeel komen dan de welstandscommissie, staan
twee mogelijkheden ter beschikking. Enerzijds kunnen
burgemeester en wethouders de commissie vragen om een
heroverweging. Dit gebeurt in incidentele gevallen
waarbij aanvullende planinformatie beschikbaar komt.
Anderzijds kunnen zij, voordat het besluit op de
vergunningaanvraag wordt genomen, binnen de daarvoor
geldige afhandelingstermijn een second-opinion aanvragen
bij een andere onafhankelijke adviescommissie. Het
advies van deze tweede commissie speelt een zware rol
bij de verdere oordeelsvorming van burgemeester en
wethouders. Indien het advies van de reguliere commissie
en de second-opinion tegengesteld zijn en burgemeester
en wethouders op inhoudelijke grond afwijken van het
advies van de reguliere welstandscommissie, wordt dit in
de beslissing op de aanvraag van de bouwvergunning
gemotiveerd. De reguliere welstandscommissie wordt
hiervan op de hoogte gesteld.
Hardheidsclausule
De mogelijkheid voor burgemeester en
wethouders om af te wijken van vastgestelde
welstandscriteria wordt aangeduid als de
hardheidsclausule. Het is ondoenlijk om een limitatieve
opsomming in de welstandsnota op te nemen, wanneer de
hardheidsclausule van toepassing zou kunnen worden
verklaard. Het is beter om de objectiviteit die nodig is
bij het hanteren van de hardheidsclausule als volgt neer
te leggen in een zorgvuldige procedure. Het college van
burgemeester en wethouders dient daarbij per
behandelingsaspect te motiveren waarom afwijking van het
gestelde criterium verantwoordelijk wordt geacht.
Daarbij wordt voor toepassing van de hardheidsclausule
de volgende algemene formulering gehanteerd: "Het
uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk of
standplaats is (niet) in strijd met redelijke eisen van
welstand - beoordeeld naar de criteria verwoord in de
door de gemeente vastgestelde welstandsnota - indien
burgemeester en wethouders daartoe op basis van een
gemotiveerd advies besluiten". Deze casus kan zich
voordoen wanneer het bouwplan in enge zin voldoet aan de
gestelde criteria (sneltoets- en gebiedsgerichte), maar
nader gewogen strijdig is met redelijke eisen van
welstand. Of wanneer het bouwplan in enge zin niet
voldoet aan de gestelde criteria (sneltoets- en
gebiedsgerichte).
Afwijken van het advies om andere redenen
Ook al is een bouwplan in strijd met redelijke
eisen van welstand, mogen burgemeester en wethouders de
bouwvergunning verlenen. Dit mag, indien zij van oordeel
zijn dat daarvoor andere redenen zijn, bijvoorbeeld van
economische of maatschappelijke aard. Deze afwijking
wordt in de beslissing op de aanvraag van de
bouwvergunning gemotiveerd. De welstandscommissie wordt
hiervan op de hoogte gesteld. Burgemeester en wethouders
van de gemeente zullen uiterst terughoudend zijn met het
gebruik van deze mogelijkheid, omdat de ruimtelijke
kwaliteit niet snel ondergeschikt wordt geacht aan
economische of maatschappelijke belangen.
deel A › Paragraaf 3
Artikel 3.2.5
Besluit van burgemeester en wethouders
Onderdeel van Welstandsnota 2011