Belanghebbenden kunnen binnen zes weken bezwaar indienen
tegen de beslissing van burgemeester en wethouders op de
aanvraag van een bouwvergunning. Belanghebbenden zijn in
de regel de vergunningaanvrager en de direct omwonenden.
In de bezwaarschriftprocedure heroverwegen burgemeester
en wethouders het besluit. Belanghebbenden worden in dat
geval uitgenodigd om tijdens een hoorzitting hun
standpunten nader toe te lichten. Binnen tien weken
nemen burgemeester en wethouders daarna een beslissing
op het bezwaar. De belanghebbenden die het met de
heroverweging niet eens zijn, kunnen hiertegen in beroep
gaan.
Als een bezwaar te maken heeft met het welstandsoordeel,
richt de belanghebbende zich dus nadrukkelijk op het
oordeel van burgemeester en wethouders en niet op het
advies van de welstandscommissie. Dat is immers alleen
een advies aan burgemeester en wethouders. De
welstandscommissie zelf kent daarom geen
bezwaarprocedure voor belanghebbenden. Natuurlijk kunnen
de ontwerper en eventueel de aanvrager de
welstandscommissie wel een toelichting op een
uitgebracht advies vragen. Na hoor en wederhoor kan de
welstandscommissie het advies herzien, als zij daartoe
aanleiding ziet. Deze herziening wordt in het advies
gemotiveerd.