a.“ dag”
de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;
b.“dagdeel”
de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij de periode maximaal 6 aaneengesloten uren betreft;
c.“ week”
een aaneengesloten periode van zeven dagen;
d.“ maand “
een kalendermaand
e.“ kwartaal “
een kalenderkwartaal;
f.“ jaar “
een kalenderjaar
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van precariorechten 2004