Naar hoofdinhoud

Artikel 4

In bewaring geven/nemen, bewaringstermijn, ophalen

Onderdeel van Regeling gevonden en verloren voorwerpen gemeente Eijsden-Margraten

1.. De vinder mag het voorwerp bij de gemeente in bewaring geven. Doet hij dat niet dan moet hij zelf goed voor het voorwerp zorgen tijdens de geldende bewaartermijnen. 2.. De ambtenaar kan vorderen dat een gevonden voorwerp aan de gemeente in bewaring wordt gegeven. De vinder ontvangt op zijn verzoek een bewijs van inbewaringstelling. 3.. Gevonden paspoorten, identiteitsbewijzen, rijbewijzen, bankpasjes e.d. zijn eigendom van de organisatie die ze aan een houder heeft uitgegeven, of worden voor de uitvoering van deze beleidsregel geacht dit te zijn. Ze worden niet voor de eigenaar/verliezer of vinder bewaard en niet aan de eigenaar/verliezer of vinder gegeven, maar zijn gedurende de bewaartermijn direct beschikbaar voor de organisatie die ze heeft uitgegeven. 4.. Een gevonden voorwerp, met een geschatte dagwaarde tot € 450,00 wordt drie maanden bewaard. 5.. Een gevonden voorwerp met een geschatte dagwaarde vanaf € 450,00 wordt één jaar bewaard. 6.. De in het vierde en vijfde lid bedoelde bewaringstermijn begint te lopen vanaf de datum van registratie. 7.. Gedurende de in het vierde en vijfde lid vermelde termijnen kan de eigenaar/verliezer gelet op artikel 11 zijn eigendom ophalen. 8.. De verliezer dient zelf onderzoek te doen of het voorwerp dat hij verloren heeft inmiddels teruggevonden is. Dit kan o.a. via de website www.verlorenofgevonden.nl of bijv. door navraag te doen bij de gemeente. 9.. De vinder die aan de hem in artikel 5:5, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek gestelde eisen heeft voldaan, verkrijgt de eigendom van de zaak één jaar na de in artikel 5:5 lid 1 onder a van het Burgerlijk Wetboek bedoelde aangifte of mededeling, mits de zaak zich op dat tijdstip nog bevindt in de macht van de vinder of van de gemeente. Verdere voorwaarden voor bij de gemeente in bewaring gegeven voorwerpen zijn dat de vinder bij het afgeven van het voorwerp, heeft aangegeven na het verstrijken van de termijn eigenaar te willen worden en dat het voorwerp binnen een maand na afloop van de bewaartermijn wordt opgehaald. 10.. Een gevonden voorwerp met een lagere waarde dan € 450,00 dat door de vinder aan de gemeente in bewaring is gegeven vervalt na de bewaringstermijn aan de gemeente indien de eigenaar/verliezer zijn voorwerp niet heeft opgehaald binnen deze termijn. De vinder kan hiervan geen eigenaar meer worden. 11.. De ambtenaar bepaalt of een bij de gemeente opgeslagen aanwezig voorwerp aan een eigenaar/verliezer of een vinder/eigenaar wordt afgegeven. In relatie tot de eigenaar/verliezer houdt hij daarbij rekening met bij hem bekende kenmerken van het voorwerp en bijzonderheden rond het verliezen. In relatie tot de vinder zijn met name de in bovengenoemd lid 5 en 9 vermelde vereisten van belang en het tonen van het bewijs, genoemd in bovengenoemd art. 3, lid 3. De eigenaar/verliezer of vinder/eigenaar dient voorts mee te werken aan de gehanteerde administratieve procedures. Legitimatie en tekenen voor ontvangst maken daarvan deel uit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel