Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 wordt de vergunning als
bedoeld in artikel 2:40b door de burgemeester ingetrokken
indien:
de exploitatie of leidinggevende niet voldoet aan de in
artikel 2:40d gestelde eisen;
aannemelijk is dat de exploitant of leidinggevende van de
inrichting betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan
worden verweten, bij activiteiten in of vanuit de inrichting
die een gevaar opleveren voor de openbare orde en/of een
bedreiging vormen voor het woon- en leefklimaat in de
omgeving van de inrichting;
de exploitant of leidinggevende van de inrichting toestaat
of gedoogt dat in zijn inrichting strafbare feiten worden
gepleegd.
zich in of vanuit zijn inrichting anderszins feiten hebben
voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het geopend blijven
van de inrichting gevaar oplevert voor de openbare orde
en/of een bedreiging vormt voor het woon- en leefklimaat in
de omgeving van de inrichting.
er is sprake van de omstandigheid en een geval, als bedoeld
in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitbeoordelingen
door het openbaar bestuur.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 10A
Artikel 2:40i
Intrekkinggronden
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Etten-Leur 2014