Het college maakt gebruik van de bevoegdheid om te volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing indien het niet of niet behoorlijk nakomen van verplichting als bedoeld in artikel 17, eerste lid WWB, artikel 13 eerste lid IOAW en IOAZ of de verplichting als bedoeld in artikel 30c tweede en derde lid van de Wet SUWI betreft en de schending niet heeft geleid tot een benadelingsbedrag, tenzij er in de voorafgaande twee jaar al eerder een zodanige waarschuwing is gegeven.