In deze regeling wordt verstaan onder:
amateurkunst: activiteiten in verenigingsverband gericht op de voorbereiding van voorstellingen op het gebied van muziek, zang, dans, toneel en beeldende kunst waarbij de activiteiten van de vereniging gericht zijn op enigerlei vorm van presentatie van de voorstelling aan het publiek. Verenigingen die zich in hoofdzaak bezighouden met cursorische activiteiten of liturgische vieringen worden niet tot de amateurkunst gerekend. Verenigingen die zich bezighouden met kunstbeoefening in beroepsmatig verband of met beroepsmatige pretenties worden niet tot amateurkunst gerekend;
vereniging: rechtspersoonlijkheid bezittende organisatie waarvan de statuten de beoefening van amateurkunst in verenigingsverband als voornaamste doel stellen;
stichting: rechtspersoon opgericht bij notariële acte, waarvan de statuten de beoefening van amateurkunst in verenigingsverband als voornaamste doel stellen;
lid: een natuurlijk persoon die overeenkomstig de statuten van die vereniging is ingeschreven en actief betrokken is bij het nastreven van de verenigingsdoeleinden en daarvoor jaarlijks een door de vereniging vast te stellen contributie betaalt. Donateurs of begunstigers worden daaronder niet begrepen;
voorstelling: productie of expositie met een of meer uitvoeringen.
HOOFDSTUK 1
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Subsidieregeling structurele subsidie voor amateurkunstverenigingen 2013