**1..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de
aangifte betaald worden bij de aanvang van het parkeren.
**2..** In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting
overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde
van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking
stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon
inloggen op de centrale computer.
**3..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet worden betaald
binnen twee maanden na dagtekening van het aanslagbiljet.
**4..** In afwijking van het derde lid geldt met betrekking tot de belasting
bedoeld in artikel 2, onderdeel b ingeval het totaalbedrag van de op één
aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet één aanslag
bevat, het bedrag daarvan meer is dan € 100,00 en minder is dan €
5.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van
automatische incasso kunnen worden afgeschreven, moeten de aanslagen
worden betaald in vijf gelijke termijnen.
De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgend
op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk
van de volgende termijnen steeds één maand later.
**5..** Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.
Artikel 7
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2014