Wanneer de aanvrager de onttrekking van de woonruimte kan compenseren
door het beschikbaar stellen van vervangende woonruimte, zal hem daartoe
tot maximaal één jaar de gelegenheid worden geboden. Hij dient dan
vooraf een waarborgsom te storten, gelijk aan de financiële bijdrage,
welke op grond van artikel 5 verschuldigd zou zijn.
De waarborgsom vervalt aan de in artikel 6 genoemde reserve, wanneer
niet binnen twaalf maanden na het besluit van burgemeester en wethouders
tot het toestaan van de woonruimteonttrekking vervangende woonruimte is
aangeboden of met het stichten daarvan daadwerkelijk is begonnen.
II. De Richtlijnen ter compensatie van onttrekking woonruimte d.d. 12
december 2002 worden ingetrokken.
III. Dit besluit treedt in werking op de dag na de bekendmaking
ervan.