1. In de situatie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, sub b mag een
briefadres worden gekozen voor de duur van maximaal drie maanden.
2. In de situatie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, sub d en e mag
een briefadres worden gekozen voor de duur van maximaal de periode dat
aangever buiten Nederland zal verblijven.
3. Als de aangever voor het aflopen van de termijn als bedoeld in het
tweede lid geen woonadres heeft gekozen, dient betrokkene op grond van
artikel 68, lid 1, schriftelijke aangifte van vertrek te doen.
4. In de situatie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, sub b kan de
termijn voor een briefadres eenmalig met maximaal drie maanden verlengd
worden.
5. De aanvraag voor verlenging van het briefadres wordt beoordeeld met
inachtneming van de artikelen 2, 3 en 5.
6. Onverminderd hetgeen is bepaald in het eerste tot en met het vijfde
lid, is degene waarop het briefadres betrekking heeft gehouden om binnen
vijf dagen na de wijziging van zijn adres hiervan aangifte te doen bij
de gemeente waar hij zijn nieuwe adres heeft.