Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende,
besluiten een groep van gevels welke voor bescherming in
aanmerking komen aan te wijzen als een beschermde
straatwand.
Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt
het college advies aan de monumentencommissie. In spoedeisende
gevallen kan het vragen van dit advies achterwege blijven.
Op de aanwijzing van beschermde straatwanden zijn artikel 3,
derde tot en met zesde lid, alsmede artikel 4 en 5 van
toepassing.
De aanwijzing kan geen betrekking hebben op panden die zijn
aangewezen op grond van artikel 6 en 35 van de Monumentenwet
1988 of artikel 3 en 20 van deze verordening. De aanwijzing tot
beschermde straatwand vervalt, indien de objecten worden
aangewezen als monumenten of als onderdeel van een beschermd
stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 6 respectievelijk
35 van de Monumentenwet of artikel 3 respectievelijk 20 van deze
verordening.
Het college registreert de beschermde straatwand op de
gemeentelijke monumentenlijst. Artikel 6, tweede lid, is van
overeenkomstige toepassing.