Het is verboden in een beschermd gemeentelijk stads- of
dorpsgezicht zonder vergunning van het bevoegd gezag of in
strijd met de bij zodanige vergunning gestelde
voorschriften:
bouwwerken te verstoren, te plaatsen, op te richten, af
te breken, te verplaatsen of in enig ander opzicht te
wijzigen;
bouwwerken te herstellen, te gebruiken of te laten
gebruiken op een wijze waardoor het stads- of
dorpsgezicht wordt ontsierd of in gevaar gebracht;
onroerende zaken, geen bouwwerk zijnde, hieronder
begrepen straten, wegen, pleinen, wateren, bomen,
erfscheidingen - niet zijnde een bouwwerk - te
wijzigen.
Geen vergunning is vereist voor het afbreken ingevolge een
aanschrijving van het bevoegd gezag.
De vergunning kan, ingeval van afbraak als bedoeld in het tweede
lid, in ieder geval worden geweigerd wanneer de totstandkoming
van de nieuwbouw binnen de karakteristieke eigenschappen van het
beschermde gebied onvoldoende is verzekerd.