Onverminderd het bepaalde in artikel 8 kan het college een vergunning
voor een standplaats of standwerkerplaats, al dan niet voorwaardelijk,
intrekken dan wel telkens voor ten hoogste vier achtereenvolgende
marktdagen uitsluiten, indien de vergunninghouder of degene die hem
bijstaat:
het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de
voorschriften van de vergunning overtreedt;
zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;
niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat
wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet;
de marktmeester belemmert in de goede uitoefening van zijn taak
dan wel de door de marktmeester gegeven aanwijzingen niet
naleeft;
direct of indirect de goede gang van zaken op de markt in gevaar
brengt of verstoort.