Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 9

Weigeringsgronden

Onderdeel van Subsidieregeling Monumenten en Beelbepalende panden Amersfoort 2013

1.Burgemeester en wethouders verlenen geen subsidie indien: met het treffen van de voorzieningen het belang van de monumentenzorg niet of in onvoldoende mate wordt gediend; de kosten van de voorzieningen niet in een redelijke verhouding staan tot het te bereiken resultaat; met het treffen van de voorzieningen is begonnen voordat de aanvrager een subsidiebeschikking heeft ontvangen; met het treffen van de voorzieningen is begonnen voordat (indien noodzakelijk) een omgevingsvergunning/monumentenvergunning is verleend; voor de betreffende voorzieningen binnen een termijn van 15 jaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag wordt ingediend subsidie is verleend; per periode van 3 jaar het maximale subsidiebedrag van 6000 euro voor het betreffende subsidiabele object wordt overschreden; door het toekennen van de subsidie het subsidieplafond wordt overschreden. In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders afwijken van het bepaalde in het eerste lid onder c. en f.

Rechtspraak bij dit artikel