1.Burgemeester en wethouders verlenen geen subsidie indien:

  • - met het treffen van de voorzieningen het belang van de monumentenzorg niet of in onvoldoende mate wordt gediend;
  • - de kosten van de voorzieningen niet in een redelijke verhouding staan tot het te bereiken resultaat;
  • - met het treffen van de voorzieningen is begonnen voordat de aanvrager een subsidiebeschikking heeft ontvangen;
  • - met het treffen van de voorzieningen is begonnen voordat (indien noodzakelijk) een omgevingsvergunning/monumentenvergunning is verleend;
  • - voor de betreffende voorzieningen binnen een termijn van 15 jaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag wordt ingediend subsidie is verleend;
  • - per periode van 3 jaar het maximale subsidiebedrag van 6000 euro voor het betreffende subsidiabele object wordt overschreden;
  • - door het toekennen van de subsidie het subsidieplafond wordt overschreden.
    • - In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders afwijken van het bepaalde in het eerste lid onder c. en f.