Naar hoofdinhoud
1.. De aanslagen moeten betaald worden in drie gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 2.. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar een aanslag bevat het bedrag daarvan meer is dan Euro 200,00 doch minder is dan Euro 2.000,00 en zolang de verschuldigde be-dragen door middel van automatische incasso van de daartoe door de belastingplichtige aangewezen bank- of girorekening kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen betaald moeten worden in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3.. In afwijking van het tweede lid geld dat in geval het totaalbedrag van de op een aanslag-biljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar een aanslag bevat het bedrag daarvan minder is dan Euro 200,00, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de daartoe door de belastingplichtige aangewe- zen bank- of girorekening kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen betaald moe-ten worden in drie gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

Rechtspraak bij dit artikel