Naar hoofdinhoud
1.. Indien het college de belanghebbenden een schriftelijke waarschuwing oplegt ten aanzien van de schending van de inlichtingenplicht, wordt belanghebbende in beginsel door het college niet verzocht zijn zienswijze hierop te geven. 2.. Bij een oorspronkelijke boete tot € 340,00 wordt de belanghebbende door het college verzocht om binnen 30 dagen na dagtekening van de beschikking waarin het voornemen voor het opleggen van een boete kenbaar wordt gemaakt, schriftelijk zijn zienswijze te geven op het voornemen tot boeteoplegging. 3.. Als de omstandigheden daartoe aanleiding geven of als de belanghebbende binnen 30 dagen na dagtekening van de beschikking waarin het voornemen voor het opleggen van een boete kenbaar wordt gemaakt, kenbaar maakt mondeling zijn zienswijze te willen geven, wordt in afwijking van het gestelde in het tweede lid de belanghebbende hiertoe door het college uitgenodigd op een nader door het college te bepalen plaats en tijdstip. 4.. Bij een oorspronkelijke boete vanaf € 340,00 wordt de belanghebbende door het college verzocht om binnen 30 dagen na dagtekening van de beschikking waarin het voornemen voor het opleggen van een boete kenbaar wordt gemaakt, naar voorkeur van de belanghebbende schriftelijk zijn zienswijze te geven op het voornemen tot boeteoplegging of kenbaar te maken dit mondeling te willen doen op een door het college nader te bepalen plaats en tijdstip.

Rechtspraak bij dit artikel