Het bestuur biedt een voorziening aan de inburgeringsplichtige, te weten:
de houder van een verblijfsvergunnng als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (asielgerechtigde inburgeringsplichtige) en
de geestelijke bedienaar, bedoeld in artikel 1, onderdeel g van de wet, die geen oudkomer is als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de wet, voor zover deze uiterlijk 31 december 2012 inburgeringsplichtig is geworden.