Ongeacht de wijze van vervoer wordt een vergoeding verstrekt conform
de fiscale
regelgeving voor ten hoogste 19 cts per kilometer
woon-werkverkeer.
Indien de medewerker met het openbaar vervoer reist en de kosten van
het vervoer
hoger zijn dan de vergoeding zoals aangegeven in het vorige lid, dan
vindt vergoeding plaats op basis van de werkelijke kosten van het
tram, bus- en/of treinabonnement. Voor deze vergoeding dient de
medewerker de bewijzen in te leveren bij de werkgever.
Vergoeding wordt alleen verstrekt op reisdagen.
De medewerker die deelneemt aan de regeling “Fietsenplan 2013” kan
geen aanspraak maken op een vergoeding als bedoeld in artikel 1,
tweede lid, onder a van deze regeling, gedurende de termijn zoals
bedoeld in artikel 2, derde lid van de regeling Fietsenplan
2013. Indien de medewerker na
het verstrijken van deze termijn gebruik wenst te maken van de
reiskostenregeling, dan dient hij dit schriftelijk kenbaar te
maken.
De betaling van de reiskostenvergoeding geschiedt maandelijks
achteraf op basis
van declaratie.