In deze regeling wordt verstaan onder:
medewerker: de ambtenaar als bedoeld in artikel 1:1, lid 1a, van de
CAR
beeldschermbril: een bril, bestaande uit mono-, bi- of multifocale
glazen en een standaard montuur, die is aangepast aan het werken met
een beeldscherm, bedoeld als een oogcorrectiemiddel overeenkomstig
artikel 5.11, lid 4, van het Arbobesluit;
werkplek: beeldscherm, beeldschermapparatuur en meubilair waarvan de
medewerker gebruik maakt, met inbegrip van de werkomgeving;
werkplekonderzoek: een onderzoek dat wordt uitgevoerd door een
daarvoor bevoegd en bekwaam persoon: de werkplek wordt beoordeeld en
ingesteld op ergonomische aspecten die gelden voor het verrichten
van beeldschermwerk;
oogonderzoek: een onderzoek dat betrekking heeft op de ogen en het
gezichtsvermogen, mede in relatie tot het verrichten van arbeid aan
een beeldscherm.