**1..** De aanspraak op de vergoeding bestaat:
Voor een montuur: eenmaal per drie kalenderjaren;
Voor brillenglazen: telkens als dit noodzakelijk blijkt op grond
van een oogonderzoek;
**2..** Van de frequentie, als bedoeld in het eerste lid, kan worden afgeweken,
indien uit de resultaten van het oogonderzoek, als bedoeld in artikel 2,
blijkt dat aanschaf van een nieuwe beeldschermbril is vereist.
**3..** Als een beeldschermbril moet worden vervangen door eigen toedoen of
nalatigheid van de medewerker, dan kan op grond van het gestelde in
artikel 15:1:12 UWO, de vergoeding op een lager bedrag of nihil worden
vastgesteld.
**4..** De termijn als bedoeld in het eerste lid vangt aan op het moment dat de
medewerker een beeldschermbril wordt verstrekt.