Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord,
tenzij
de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het
opvolgen van dit reglement te herinneren;
een lid hem interrumpeert; de voorzitter kan bepalen
dat de spreker zonder verdere
interrupties zijn betoog zal afronden.
Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke
uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van
het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker
herhaaldelijk interrumpeert dan
wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot
de orde geroepen. Indien
de betreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter
hem gedurende de ver-
gadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp
het woord ontzeggen.
3.De voorzitter kan ter handhaving van de orde van de vergadering
voor een door hem te bepalen tijd schorsen en –indien na de
heropening de orde opnieuw wordt verstoord- de vergadering
sluiten.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2
Artikel 22
Handhaving orde; schorsing
Onderdeel van Reglement van orde raadsvergaderingen Laarbeek 2006