Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3

Artikel 29e

Wijze van behandeling burgerinitiatief

Onderdeel van Reglement van orde raadsvergaderingen Laarbeek 2006

1.Het presidium beoordeelt in de eerstvolgende vergadering na ontvangst van het burgerinitia- tiefvoorstel of het verzoek voldoet aan de eisen van artikel 29b, 29c en 29d. 2.Het presidium adviseert de raad over de wijze van afdoening van het burgerinitiatiefvoorstel. Indien er geen weigeringsgronden zijn plaatst het presidium het burgerinitiatiefvoorstel op de voorlopige agenda van de eerstvolgende raad. Indien het presidium weigeringsgronden aanwezig acht, brengt het presidium dit in het advies aan de raad tot uitdrukking. 3.De raad beslist of het initiatiefvoorstel op de agenda van de vergadering van de raad wordt geplaatst. Indien de raad het verzoek afwijst wegens strijd met artikel 29c sub a, kan de raad het voorstel ter afdoening in handen stellen van burgemeester en wethouders of de burgemeester. Een afwijzing moet duidelijk worden gemotiveerd. 4.De raad draagt er zorg voor dat de verzoeker wordt uitgenodigd voor de vergadering van de raad waarin het burgerinitiatiefvoorstel voorlopig is geagendeerd. De verzoeker krijgt tijdens deze vergadering de gelegenheid om zijn burgerinitiatiefvoorstel mondeling nader toe te lichten. 5.Binnen twee weken nadat de raad over het burgerinitiatiefvoorstel een besluit heeft geno- men, wordt dit besluit bekend gemaakt op de wijze die is aangegeven in de artikelen 3:41 en 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel