10.7.1. Er wordt een lokaal (gebiedsgericht) geluidbeleid gemaakt
Effecten: Voor de gemeente, ondernemers, projectontwikkelaars en burgers is direct duidelijk welke mogelijkheden er waar zijn maar ook welke beperkingen er gelden. Met behulp van lokaal beleid is het mogelijk geluid binnen de gemeente te beheersen en reguleren. Bij ruimtelijke ontwikkelingen kan hierop worden geanticipeerd en zo kan een zo optimaal mogelijke kwaliteit gerealiseerd worden. Het beleid zal aanvullend op het interim geluidbeleid (zie bij 10.4) en evenementenbeleid worden afgestemd zodat een integraal inzicht ontstaat in het beleid dat de gemeente op dit gebied wil gaan vastleggen. Zie ook bij 10.8
10.7.2. In het nog vast te stellen evenementenbeleid (verwacht in 2013) wordt specifiek aandacht besteed aan het beperken van geluidhinder en dient er op te worden toegezien dat geluidvoorschriften worden nageleefd, zodat geluidsoverlast wordt voorkomen of zoveel als mogelijk wordt beperkt.
Effecten: De gemeente wil evenementen binnen de gemeente graag behouden maar anderzijds ook zo min mogelijk overlast voor de burgers. Minder ad hoc inspelen op aanvragen en niet telkens het wiel uit hoeven vinden, geen willekeur en een overzicht van welke evenementen er binnen de gemeente spelen. Duidelijkheid aan welke eisen moet worden voldaan voor zowel degene die het evenement organiseert als de omwonenden. In het nog vast te stellen evenementenbeleid zou dit kunnen worden meegenomen. Belangrijk is dat bij het toestaan van evenementen ook voorwaarden worden gesteld ten aanzien van geluid en dat er ook op wordt toegezien dat die voorwaarden ook worden nageleefd.
10.7.3. Er wordt beleid ontwikkeld omtrent het vervangen van klinkerwegen met geluidreducerend wegdek.
Effecten: In de gemeente liggen verspreid veel klinkerwegen. Door deze te vervangen door b.v. asfalt wordt al gauw een geluidreductie gerealiseerd van ca 2 dB(A). M.a.w. het wordt stiller en de burger heeft minder last van wegverkeerslawaai. Het toepassen van stillere wegdektypes wordt toegepast bij zogenaamde invalswegen of ontsluitingswegen en alleen op het moment dat deze aan vervanging toe zijn dus bijvoorbeeld bij reconstructies (werk voor werk, geen monumentale wegen, afweging geluid en te gebruiken materialen die slecht kunnen zijn voor het milieu).