1. De directeur kan ter uitoefening van een aan hem gemandateerde bevoegdheid schriftelijk rechtstreeks ondermandaat verlenen aan medewerkers, met uitzondering van de daartoe in het mandaatregister aangegeven bevoegdheden.
2. Bij diens afwezigheid is de directeur van de omgevingsdienst Rivierenland bevoegd om voor de uitoefening van dat mandaat een vervanger aan te wijzen.
Artikel 2b
Mandaat, plaatsvervanging en ondermandaat
Onderdeel van MANDAATREGELING OMGEVINGSDIENST RIVIERENLAND