Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 3.

Individueel maatwerk

Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Montferland 2013

1.Het college gaat in gesprek met belanghebbende die het niet alleen redt en gaat samen op zoek naar een vorm van ondersteuning die recht doet aan de situatie waarin deze zich bevindt. Bij het compenseren van beperkingen die een belanghebbende ondervindt in zijn (= ook haar) maatschappelijke participatie wordt rekening gehouden met zijn persoonskenmerken en behoeften, waaronder verandering van woning in verband met wijziging van leefsituatie, zijn financiële omstandigheden en de keuzes die hij maakt in het leven, waarbij verwacht mag worden dat belanghebbende geschikte keuzes maakt rekening houdend met de beperkingen die horen bij zijn individuele omstandigheden. Artikel 4. Zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie Belanghebbende is zelfredzaam en in staat tot maatschappelijke participatie wanneer in een gesprek blijkt dat deze zelf of met behulp van zijn eigen netwerk (omgeving) in staat is de nodige voorzieningen te regelen c.q. te laten regelen en/of te financieren om daarmee te (kunnen blijven) participeren in de maatschappij. Artikel 5. Beperkingen compensatieplicht 1.Een individuele voorziening wordt pas dan toegekend zodra blijkt dat een aanwezige voorliggende, algemeen gebruikelijke en/of algemene Wmo voorziening niet of niet voldoende de ondervonden beperkingen compenseert en/of een algemene Wmo voorziening niet in alle redelijkheid toegankelijk of bruikbaar is voor belanghebbende. Een voorziening kan slechts worden toegekend voor zover: deze langdurig noodzakelijk is om de beperkingen op het gebied van het voeren van het huishouden, het verplaatsen in en om de woning, het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel en bij het ontmoeten van medemensen en op basis daarvan sociale verbanden aangaan op te heffen of te verminderen; deze, naar objectieve maatstaven gemeten, als de goedkoopst compenserende voorziening kan worden aangemerkt; deze in overwegende mate op belanghebbende is gericht. Geen voorziening wordt toegekend: voor zover bij of krachtens enige andere wettelijke regeling aanspraak bestaat op de gevraagde voorziening waarmee kan worden voorzien in een oplossing voor het participatieprobleem; indien de voorziening algemeen gebruikelijk is dan wel voor belanghebbende algemeen gebruikelijk is; indien belanghebbende niet zijn hoofdverblijf heeft in de gemeente Montferland; de voorziening aangevraagd wordt op een moment dat op basis van leeftijd, gezinssituatie of woonsituatie te voorzien was dat deze voorziening noodzakelijk zou zijn en er geen sprake is van een onverwacht optredende noodzaak; belanghebbende voor het eerst zelfstandig gaat wonen; uitsluitend voor zover de aanvraag een verhuiskostenvergoeding betreft; indien belanghebbende zelf een alternatief kan (laten) regelen of geacht wordt dat te doen omdat het tot de eigen verantwoordelijkheid van belanghebbende behoort om een alternatief voor de beperking te vinden; indien er geen sprake is van een participatieprobleem dat in het kader van de Wmo gecompenseerd dient te worden; voor zover de aangevraagde voorzieningen betrekking hebben op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw; voor zover er aan de zijde van belanghebbende geen sprake is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand aan het optreden van de beperkingen waarvoor de voorziening wordt aangevraagd; voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die belanghebbende voorafgaand aan het moment van aanvragen of het moment van beschikken heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of deze voorziening noodzakelijk was en als goedkoopst-compenserend aan te merken valt; indien deze als gevolg van de beperkingen van de aanvrager voor de aanvrager zelf of voor derden onveilig is of gezondheidsrisico’s met zich meebrengt; indien een voorziening als die waarop de aanvraag betrekking heeft al eerder krachtens deze c.q. voorafgaande versies van deze verordening is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet is verstreken, tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel