1. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. In afwijking van artikel 16, eerste lid, wordt de begroting met vijf zesde meerderheid vastgesteld.
Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar voorafgaande aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft, aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Het algemeen bestuur zendt, zo nodig, de begroting aan de vertegenwoordigende organen, die ter zake bij de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hun zienswijzen naar voren kunnen brengen.
Besluiten tot wijziging van de begroting kunnen tot uiterlijk het eind van het desbetreffende begrotingsjaar worden genomen.
Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, met uitzondering van die wijzigingen waarbij geen verandering wordt gebracht in de bijdragen van de gemeenten onderscheidenlijk de provincie.
Artikel 51
Vaststelling begroting
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied