Naar hoofdinhoud

Artikel 1

begripsbepalingen

Onderdeel van Nadere regels kamerverhuur gemeente Schiedam 2013

In dit besluit wordt verstaan onder: het college: het college van burgemeester en wethouders van Schiedam; wet: de Huisvestingswet; verordening: de Huisvestingsverordening stadsregio Rotterdam 2006; huishouden: een alleenstaande dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren; vergunning: de vergunning, bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel c, van de wet; woonruimte: de woonruimte, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de wet; zelfstandige woonruimte: de woonruimte, bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel c, van de wet; onzelfstandige woonruimte: woonruimte die geen eigen toegang heeft en die niet door een huishouden kan worden bewoond zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; kamerverhuurpand: gebouw of deel van een gebouw met onzelfstandige woonruimten; portiekwoning: een portiekwoning is een etagewoning waarbij de voordeur uitkomt in een portiek. Een portiek is een toegangsportaal gelegen achter de voorgevel van een meergezinsgebouw en grenzend aan de openbare weg, van waaruit de afzonderlijke woningen direct worden ontsloten via een gemeenschappelijke trap en bordessen; flatwoning: een flatwoning is een woning gelegen in een meergezinsgebouw waarbij de toegang en eventuele andere voorzieningen gezamenlijk worden gebruikt; eigenaar: degene die in het kadaster als eigenaar bekend staat; buurt: deel van een wijk volgens de CBS wijk- en buurtindeling van de gemeente Schiedam.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel