Onverminderd het bepaalde in artikel 16c, derde lid, van de verordening, bevat de vergunning in ieder geval:
de termijn waarbinnen van de vergunning gebruik moet worden gemaakt;
het aantal onzelfstandige woonruimten dat mag worden gecreëerd, met daarbij het aantal slaapplaatsen;
de duur van de vergunning.