Verplichte verlenging van de uitgiftetermijn
1.De rechthebbende van een particulier graf of van een particuliere urnennis die toestemming
verleent tot het doen begraven of het doen bijzetten van een lijk of van de overblijfselen van een lijk, wanneer de begrafenis of de bijzetting plaatsheeft op een tijdstip waardoor de resterende uitgiftetermijn minder bedraagt dan de geldende wettelijke grafrusttermijn, is tevens gehouden een verzoek in te dienen tot het verlengen van de uitgiftetermijn met een periode van vijftien jaren.
2.De verlengingsperiode als bedoeld in het eerste lid vangt aan op het moment dat de lopende uitgiftetermijn eindigt die voor het betreffende graf of de urnennis geldt op het moment van de begrafenis of de bijzetting als bedoeld in het vorige lid.
HOOFDSTUK 2
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit graven, asbestemming en gedenkplaatsen 2013