Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2:57

Honden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2013

1.. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a.. binnen de bebouwde kom op de weg indien de hond niet is aangelijnd; b.. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speel- en/of ligweide of op een andere door het college aangewezen plaats en/of tijd; c.. op de weg indien die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen; d.. buiten de bebouwde kom op door het college aanwezen locaties. 2.. Het is verboden om op openbare plaatsen voor commerciële doeleinden honden uit te laten. Het college kan terreingedeelten van openbare plaatsen aanwijzen waar met een vergunning commerciële uitlaatactiviteiten wel zijn toegestaan. 3.. De in het tweede lid genoemde vergunning wordt geweigerd als het door het college bepaalde maximum aantal vergunningen is verleend. 4.. Het college kan plaatsen en/of tijden aanwijzen waar het verbod genoemd in het eerste lid onder a niet geldt. 5.. De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b gelden niet voorzover de eigenaar of houder van een hond: a. zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden; b. deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond; 6.. Tevens zijn de verboden genoemd in het eerste lid onder a en b niet van toepassing op politiehonden.

Rechtspraak bij dit artikel