Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Afdeling 3

Artikel 4:11

Kapverbod

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2013

1.. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een houtopstand bestaande uit monumentale bomen, waardevolle toekomst bomen en gemeentelijke bomen, die voldoen aan de begripsbepaling van artikel 4:10, te vellen of te doen vellen. 2.. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: a.. wegbeplantingen en éénrijïge beplantingen op of langs landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit populieren of wilgen, tenzij deze geknot; b.. fijnsparren en andere coniferen, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen; c.. kweekgoed; d.. een houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en niet gelegen is binnen een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt en ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are ofwel in geval van rijbeplanting, gerekend over het totale aantal rijen, niet meer bomen omvat dan 20; 3.. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor: a.. houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld, indien er sprake is van een gemeentelijke boom voor zover wordt voldaan aan de begripsbepaling van artikel 4:10 onder i. b.. het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van regulier onderhoud; c.. het periodiek knotten als cultuurmaatregel bij daarvoor geschikte bomen; d.. houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 4:11A lid 4. e.. indien er sprake is van grote gevaarzetting of vergelijkbaar spoedeisend belang f.. het vellen van houtopstand gelegen op gemeentelijke begraafplaatsen, indien bij bijzetting, begraving of ruimen een houtopstand in de weg staat. 4.. In afwijking van artikel 1:8 kan de omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden worden geweigerd in het belang van de: - natuur- en milieuwaarde van de houtopstand; - landschappelijke waarde van de houtopstand; - cultuurhistorische waarde van de houtopstand; - waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon; - waarde voor recreatie en/of leefbaarheid; - de beeldbepalende waarde van de houtopstand. 5.. In afwijking van het bepaalde in lid 4 kan het college de vergunning verlenen indien er sprake is van een zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang. 6.. Het bevoegd gezag betrekt bij haar beslissing de toepasselijke gemeentelijke bestemmings-, groen-, groenstructuur- of landschapsplannen. 7.. Het bevoegd gezag kan een lijst vaststellen met betrekking tot waardevolle bomen. 8.. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel