**1..** Indien het bezit van een belanghebbende tenminste eenmaal de toepasselijke bijstandsnorm bedraagt, doch niet meer is dan driemaal de toepasselijke bijstandsnorm, verrekenen burgemeester en wethouders de recidiveboete gedurende één maand zonder inachtneming van de beslagvrije voet. De verrekening geschiedt vanaf het moment van de dagtekening waarop de bestuurlijke boete is opgelegd. Aansluitend op verrekening als bedoeld in het eerste lid, verrekenen burgemeester en wethouders de recidiveboete in de daarop volgende twee maanden op een dusdanige wijze dat belanghebbende blijft beschikken over een inkomen ter hoogte van 80% van de toepasselijke bijstandsnorm.
**2..** Indien het bezit van een belanghebbende minder bedraagt dan eenmaal de toepasselijke bijstandsnorm, verrekenen burgemeester en wethouders de recidiveboete in drie maanden op een dusdanige wijze dat belanghebbende blijft beschikken over een inkomen ter hoogte van 80% van de toepasselijke bijstandsnorm.
**3..** Tot het inkomen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden ook middelen gerekend als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen n en r, van de Wet werk en bijstand.
Hoofdstuk 2Bescherming
Artikel 3.
Verrekenen bij geen of onvoldoende bezit
Onderdeel van Verrekening bestuurlijke boete bij recidive 2013