**1..** Het dagelijks bestuur maakt elk jaar op voorstel van de directie een ontwerpbegroting voor het komend dienstjaar en een meerjarenraming, met een toelichting en specificaties.
**2..** Uiterlijk 1 mei stuurt het dagelijks bestuur de ontwerpbegroting, de meerjarenraming en een raming van de door elke gemeente verschuldigde inwonersbijdrage toe aan de gemeenten.
**3..** De besturen van de gemeenten leggen de ontwerpbegroting voor een ieder ter inzage, stellen deze algemeen verkrijgbaar en geven hiervan openbaar kennis.
**4..** De inwonersbijdragen, bedoeld in lid 2 van dit artikel, voor de activiteiten bedoeld onder artikel 4, lid 1 worden vastgesteld op basis van het aantal inwoners per 1 januari van het jaar voor het dienstjaar conform de door het Centraal Bureau voor de Statistiek gepubliceerde bevolkingscijfers. De overige bijdragen van de gemeenten en van derden worden bepaald op grond van de tarieven zoals het algemeen bestuur die heeft vastgesteld.
**5..** De raden van de gemeenten kunnen binnen zes weken na toezending van de ontwerpbegroting bij het dagelijks bestuur schriftelijk hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen.
**6..** Het dagelijks bestuur voegt deze zienswijzen bij de ontwerpbegroting zoals hij deze aanbiedt aan het algemeen bestuur. Daarna stelt het algemeen bestuur de begroting vast op of vóór 1 juli.
**7..** Het dagelijks bestuur stuurt de vastgestelde begroting binnen twee weken na vaststelling toe aan de raden van de gemeenten. Als deze begroting niet afwijkt van de eerder verzonden ontwerpbegroting kan het dagelijks bestuur volstaan met een schriftelijke mededeling daarover.
**8..** De raden kunnen hierover schriftelijk bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren brengen en sturen dan hiervan een afschrift aan het dagelijks bestuur.
**9..** Als de begroting en de begrotingswijzigingen de goedkeuring behoeven van gedeputeerde Sstaten, moet onder het achtste lid gelezen worden dat de begroting ter goedkeuring aan gedeputeerde staten wordt toegezonden. Artikel 208 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.
**10..** Op een wijziging van de begroting zijn de bepalingen van dit artikel zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing, voor zover die wijziging leidt tot een verhoging van de inwonersbijdragen voor de taken van artikel 4, lid 1. Andere begrotingswijzigingen kan het algemeen bestuur vaststellen zonder toepassing van de leden 5 en 6 van dit artikel.
**11..** De gemeenten zorgen ervoor dat de GGD altijd over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen tegenover derden te kunnen voldoen.
**12..** Als blijkt dat een gemeente weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek om over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet.