Naar hoofdinhoud
1.. De regeling kan worden opgeheven bij besluiten van de colleges van burgemeester en wethouders van tenminste twee derde van de gemeenten. 2.. Het besluit tot opheffing wordt toegezonden aan Gedeputeerde Staten. 3.. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de opheffing en liquidatie, welke regeling zo spoedig mogelijk na de vaststelling wordt gezonden aan de gemeenten. 4.. De gemeenten kunnen hun bezwaren tegen de in het derde lid bedoelde regeling binnen zes weken na ontvangst daarvan schriftelijk ter kennis van het algemeen bestuur brengen. 5.. Indien de ingebrachte bezwaren niet door overleg tussen het algemeen bestuur en de betrokken gemeente(n) kunnen worden opgeheven binnen twee maanden na ontvangst van die bezwaren, zal aan Gedeputeerde Staten worden verzocht te bemiddelen overeenkomstig artikel 174 van de Provinciewet. 6.. Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur blijven als zodanig functioneren tot het tijdstip waarop de liquidatie beëindigd is. Slotbepalingen Artikel 38 Voorzover niet in deze regeling is voorzien, beslist het algemeen bestuur. Artikel 39 Het college van Heusden is belast met de bij de wet voorgeschreven uitvoering van de regeling. Artikel 40 De regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die waarin zij is opgenomen in het register van de gemeenschappelijke regelingen als bedoeld in artikel 27, lid 2 van de Wet en werkt - voor zover nodig terug - tot 1 juli 2013, onder gelijktijdige intrekking van de eerdere Gemeenschappelijke regeling Streekarchief Land van Heusden en Altena 2011. Artikel 41 Deze gewijzigde regeling kan worden aangehaald onder de titel ‘Gemeenschappelijke regeling Streekarchief Langstraat Heusden Altena 2013’.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel